Stichting familie van Riemsdijk, Overijsselse tak

een notabel geslacht door de eeuwen heen ....

Gerrit van Riemsdijk (Coevorden, 1656 - 10 februari 1714)

Biografie

Gerrit van Riemsdijk (Coevorden, 1656 1 - 10 februari 1714) was een Nederlandse vaandrig en rentmeester.

 

Vaandrig 1672/73, verdedigde het Huis Gramsbergen tegen de overste Ramsdorf 1673, student wiskunde te Leiden 1673, rentmeester van Anna Maria van Haeften geb. Ripperda, vrouwe van Gramsbergen, ontv. van de stad Gramsbergen en de schoutambten Gramsbergen, Hardenberg en Heemse, rentmeester van de huizen Zalk, Collendoorn en de Pothoff.

 

Van Riemsdijk was een zoon van de plaatsmajoor te Coevorden Jacob van Riemsdijk. Van Riemsdijk was in 1673 op ongeveer 17-jarige leeftijd als vaandrig belast met de verdediging van het Huis Gramsbergen tegen de Munsterse troepen van Bernhard von Galen, die onder leiding stonden van de overste Ransdorf. Na eerst twee aanvallen te hebben afgeslagen, moest hij met zijn 36 man capituleren voor de overmacht van Ransdorf met zijn 900 man. Hij wist voor hem en zijn mannen een vrije aftocht te bedingen door voor te wenden of zij met een grote troepenmacht het Huis Gramsbergen bezet hielden.

 

Van Riemsdijk stond in 1673 ingeschreven bij de Universiteit Leiden als student wiskunde. Hij werd rentmeester van Anna Maria van Haeften, vrouwe van Gramsbergen en ontvanger der personele middelen van het schoutambt Hardenberg, Heemse en Gramsbergen. Hij was tevens rentmeester van de huizen Zalk, Collendoorn en de Pothoff.

 

Van Riemsdijk trouwde op 3 augustus 1683 te Gramsbergen met Mechteld Lijsebeth van Lennep, dochter van Wolter van Lennep ten Velde en Johanna Brandlecht. Na haar overlijden hertrouwde hij op 5 maart 1702 te Gramsbergen met Alet Anna Voltelen, dochter van ds Hermannus Voltelen en Elizabeth Bruyninck. Zij was de weduwe van ds. Albertus Reiners. Zoon Jacobus uit zijn eerste huwelijk trouwde met zijn stiefzuster Johanna Reiners. Deze zoon Jacobus en zijn kleinzoon Albertus volgden hem achtereenvolgens op als rentmeester. Kleinzoon Albertus werd later schulte van Havelte en Vledder.

Bronnen

  • Nederland's Patriciaat, jrg. 51, 1965, blz. 244 t/m 270
  • Aa, A.J. van der Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 16 J.J. van Brederode, Haarlem, 1874 Gerrit of Gerhard van Riemsdijk
  • Molhuijsen, P.C. Gerrit van Riemsdijk in: Overijsselsche almanak voor oudheid en letteren 1836, uitg. J. de Lange, Deventer, 1835

WikipediA Gerrit van Riemsdijk

 

Noot

1. Nederland's Patriciaat (blz. 246) vermeldt dat hij omstreeks 1649 geboren zou zijn; Van der Aa noemt echter 1656 als geboortejaar. In het eerste geval zou hij bij de belegering van het Huis Gramsbergen in 1673 omstreeks 24 jaar zijn geweest en in het tweede geval omstreeks 17 jaar.

Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 16

bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 16. J.J. van Brederode, Haarlem 1874

 

RIEMSDIJK (Gerrit of Gerhard van), geboren in 1656, rentmeester des huizes Gramsbergen, ontvanger der personele middelen van het schoutambt Hardenberg, Heemse en Gramsbergen, gaf op zeventienjarigen ouderdom een zeldzaam blijk van onverschrokkenheid.

 

Als vaandrig in dienst dezer gewesten, bezette hij, bij den inval der Keulschen en Munsterschen in Overijssel, in 1673, het huis te Gramsbergen met 36 man en werd aldaar door vijanden ten getale van 900 onder den overste Ransdorf belegerd. Er werd van binnen gevuurd met dat gevolg dat de Bisschoppelijken aftrokken, doch om 3 dagen later met geschut terug te komen.

 

De bevelhebber, inziende dat tegenstand nutteloos zoude zijn, kapituleerde, nadat hij zich van de bruikbaarheid van het vijandelijk geschut had overtuigd. Door op alle punten de trom te doen roeren wist hij den trompetter, die het kasteel kwam opeischen, aan een grooter aantal verdedigers te doen gelooven, zoodat hij vrijen aftogt met vliegende vaandels naar Coevorden wist te bedingen. De Munsterschen echter tot hun spijt het kleine hoopje volks aanschouwende, ontvingen het met scheldwoorden en hielden het gevangen,9).

 

Gerrit van Riemsdijk was de oudste zoon van Jacob van Riemsdijk, kapitein in dienst van den Staat en Plaats Majoor te Coevorden. Hij huwde eerst met jonkvrouwe Machteld Elisabeth van Lennep daarna met Aleida Anna Voltelen en overleed den 10 Febr. 1714.

 

Gerhardus (Gerrit) van Riemsdijk, rentmeester van het huis en de heerlijkheid Verwolde, van het huis en de heerlijkheid Sallick, van de huizen te Gramsbergen, Collendoorn en den Pothoff, rentmeester en ontvanger van het stedeke Gramsbergen, ontvanger der personeele middelen van het gericht Hardenberg, Heemse en Gramsbergen. Geboren 1649 te Coevorden (Wikipedia geeft geboortejaar 1656), lidmaat te Gramsbergenop 22 december 1668, overleden op 10 februari 1714 te Gramsbergen.

 

In de maanden juli en augustus 1672/1673 trok Gerrit zich als jeugdig vaandrig met een 50-tal burgers uit Gramsbergen, uit vrees voor den Munsterschen bisschop Bernard Christoph von Galen (alias Bommen-Beernd), op het sterke doch van krijgsvoorraad slecht voorziene kasteel te Gramsbergen terug. Zij werden belegerd door een deel der bisschoppelijk-Munstersche troepen, die geen geschut bij zich hadden, weshalve hij zijnen manschappen bevel gaf op de vijanden te vuren; zoodat deze aftrokken, doch drie dagen later met verscheidene veldstukken terugkwamen, een trompetter naar het kasteel zonden en het lieten opeischen; doch de vaandrig Van Riemsdijk, betwijfelende of het geschut wel bruikbaar was, wilde voorhands nog niet tot de overgave besluiten. Waarop de vijand eenige schoten loste en vervolgens den trompetter terugzond met het aanbod van capitulatie. De vaandrig bedong toen vrijgeleid tot Coevorden met krijgseer, hetgeen vergund, doch niet geheel nagekomen werd; want de Munsterschen, ziende dat zij niet met militairen, maar met gewone burgers van doen hadden, beschimpten hen en namen den vaandrig zijn degen met zilveren gevest af.

 

Ter aanvulling:

Met het ingaan van het Twaalfjarig Bestand in 1609 keerde de rust in Drenthe op militair vlak grotendeels terug. In de 17e eeuw zou het gewest echter nogmaals een strijdtoneel worden. Dat was in het rampjaar 1672 toen Engeland, Frankrijk. Keulen en Munster zich tegen de Republiek keerden. De Munsterse bisschop Bernhard van Galen viel Noord-Nederland binnen en veroverde in korte tijd Zwolle en Coevorden. Vandaar trok hij op naar Groningen, maar daar stootte hij zijn hoofd en was hij gedwongen zich terug te trekken op Coevorden. Drenthe werd daarmee wederom een frontgebied waarin beide partijen naar hartelust plunderden. Aan het eind van 1672 wisten de troepen van de Republiek Coevorden te heroveren en kon de rust uiteindelijk in 1674 definitief weerkeren.

Bron: Encyclopedie Drenthe.

 

Ter aanvulling:

Oorlog tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en de vorst-bisschop van Munster, Bernard von Galen, in de jaren 1665-1674. Na het verlies van de Tweede Engelse Oorlog verbond de bisschop zich met Groot-Brittannië en viel in oktober 1665 het oosten van de Republiek binnen. Zijn troepen hielden ook in Drenthe huis. In april 1666 sloot de bisschop vrede met de Republiek, maar Drenthe had behoorlijk geleden. Veel tijd voor herstel was er niet, want in mei 1672 verklaarden de vorst-bisschop van Keulen en die van Munster de Republiek de oorlog, nadat Frankrijk en Engeland dat al gedaan hadden. Opnieuw werd Drenthe bezet. Nadat Von Galen in augustus 1672 stuk gelopen was op de stad Groningen, bleef het open landschap van Drenthe strijdtoneel. Na de inname van Coevorden eind 1672 stelde de Hollandse stadhouder Willem III Rabenhaupt aan als drost van Drenthe. De oorlog woedde voort tot begin 1674, toen de Republiek met alle agressors vrede sloot.

(Bron: Wikipedia, Heringa, geschiedenis Drenthe)

 

Ter aanvulling:

Op 30 juni 1672 werd Coevorden veroverd door Bernard von Galen, de Bisschop van Münster. Op 30 december 1672 werd het vestingstadje binnen een uur ontzet door Carl von Rabenhaupt, met behulp van een kaart gemaakt door de gevluchte, plaatselijke schoolmeester, en een biezen brugconstructie over het bevroren water van de stadsgracht. De Bisschop gaf het echter niet op, en onder leiding van Bommen Berend werd Coevorden in 1673 opnieuw belegerd. Begin oktober 1673 probeerde de bisschop de Vecht bij Gramsbergen af te dammen en Coevorden onder water te zetten. Vanwege een hevige storm en een doorbraak in de dam verdronken er 1.400 Munsterse soldaten. De Coevordenaren werden net op tijd gered.

Bron: Wapedia, militaire geschiedenis van Coevorden.

 

Coevorden lag ooit langs de enige weg van Groningen naar Munster.

 

Student wiskunde te Leiden per 3 november 1673.

 

Huwelijk met Machteld Elisabeth van Lennep gesloten te Gramsbergen op 8 juli 1683. Na haar dood op 11 december 1694 trouwt hij voor de tweede keer op 5 maart 1702 te Gramsbergen met Aleid Anna Voltelen, die uit een eerder huwelijk een dochter heeft, genaamd Johanna Reiners (geboren in 1696 te Coevorden). Deze dochter trouwt later met Gerardus zijn zoon Jacobus van Riemsdijk (geboren in 1687 te Gramsbergen).

 

Gerrit wordt tot tweemaal toe nog genoemd in het Haags Notarieel Archief:

  • 1 februari 1668, (Den Haag, N.A. nr. 609, fel. 28, notaris Willem Guldemont): Gerrijt van Riemsdijck tekent een akte als getuige.
  • 12 juni 1670, (Den Haag, N.A. nr. 566, fel. 121, notaris W. Karducx te Heerjansdam, bijlage van een op 10 december 1670 te Den Haag gepasserde akte): Sr. Gerrit van Riemsdijck, dyenaer en camerlingh van de HoochEdelen Welgebooren Heer van Gramsbergen, transporteert aan Thonis Cornelisz. Strevelshouck, jongman, zoon van Cornelis Thonisz. Strevelshouck, wonende op de woonige van zijn HoogEdelen Heer vernoemd onder Nieuw-Beierland, diverse roerende goederen en huisraad.

 

Gerhardus (Gerrit) van Riemsdijk, rentmeester van het huis en de heerlijkheid Verwolde, van het huis en de heerlijkheid Sallick, van de huizen te Gramsbergen, Collendoorn en den Pothoff, rentmeester en ontvanger van het stedeke Gramsbergen, ontvanger der personeele middelen van het gericht Hardenberg, Heemse en Gramsbergen. Geboren 1649 te Coevorden (Wikipedia geeft geboortejaar 1656), lidmaat te Gramsbergenop 22 december 1668, overleden op 10 februari 1714 te Gramsbergen.

 

In de maanden juli en augustus 1672/1673 trok Gerrit zich als jeugdig vaandrig met een 50-tal burgers uit Gramsbergen, uit vrees voor den Munsterschen bisschop Bernard Christoph von Galen (alias Bommen-Beernd), op het sterke doch van krijgsvoorraad slecht voorziene kasteel te Gramsbergen terug. Zij werden belegerd door een deel der bisschoppelijk-Munstersche troepen, die geen geschut bij zich hadden, weshalve hij zijnen manschappen bevel gaf op de vijanden te vuren; zoodat deze aftrokken, doch drie dagen later met verscheidene veldstukken terugkwamen, een trompetter naar het kasteel zonden en het lieten opeischen; doch de vaandrig Van Riemsdijk, betwijfelende of het geschut wel bruikbaar was, wilde voorhands nog niet tot de overgave besluiten. Waarop de vijand eenige schoten loste en vervolgens den trompetter terugzond met het aanbod van capitulatie. De vaandrig bedong toen vrijgeleid tot Coevorden met krijgseer, hetgeen vergund, doch niet geheel nagekomen werd; want de Munsterschen, ziende dat zij niet met militairen, maar met gewone burgers van doen hadden, beschimpten hen en namen den vaandrig zijn degen met zilveren gevest af.

 

In het archief ‘Van Riemsdijk-Soeters’ bevindt zich het volgende schrijven: “Bekenne ick ondergeschr. van de Rentmr Riemsdijck ontvangen te hebben sodanige erfenisse als mij wegens mijn salg. Broer Roelof van Lennep uijt den Boedel van mijn salg. Broer Wolter was comende, Swol den 27e april 1685. Ernst van Lennip uit name van mij moeder.”

 

De ondertekening is van een ander handschrift.

 

De genoemde Rentmeester Van Riemsdijk, zal identiek zijn met de rentmeester Gerrit van Riemsdijk die op 8-7-1683 te Gramsbergen trouwde met Machteld Elisabeth van Lennep, dochter van Jonker Wolter van Lennep ten Velde te Gramsbergen.

 

Dit doet vermoeden dat de bastaardtak Van Lennep te Zwolle verwant is aan de Van Lenneps te Gramsbergen/Hardenberg. Het gaat hier over Erenst Hermensz van Lennep. Hij is gedoopt op 5 januari 1640 in Zwolle, kleermaker/snijder. Op 25 maart 1664 verkrijgt hij het klein burgerschap van Zwolle. (Burgerregister Zwolle blz 129). In september 1664 doet hij belijdenis. Overlijden te Zwolle niet gevonden. Mogelijk is hij identiek aan Ernest van Lennep afkomstig van Zwolle welke als soldaat op 2 augustus 1691 in het Groot Gasthuys te Leuven was overleden. Zie Gens Nostra jaargang 63 nr. 6 blz 453.

 

In correspondentie Zwolle 77G167 d.d. 27-10-1977 schrijft de gemeente archivaris van Zwolle aan Jhr. Mr. H.J. van Lennep dat in hun kaartsysteem gegevens voorkomen over de bastaardtak van de Van Lenneps te Zwolle, waarbij eveneens Ernst Hermensz van Lennip genoemd wordt.

 

Bronnen:

  • Nederland's Patriciaat, jrg. 51, 1965, blz. 244 t/m 270;
  • Aa, A.J. van der Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 16 J.J. van Brederode, Haarlem, 1874 Gerrit of Gerhard van Riemsdijk;
  • Molhuijsen, P.C. Gerrit van Riemsdijk in: Overijsselsche almanak voor oudheid en letteren 1836, uitg. J. de Lange, Deventer, 1835.
  • home.kpn.nl/aswa154/kwartierstaatgenXI-XX.htm
  • Bron: Rudolf Visser, Hazerswoude-Rijndijk.